Duizendste Twittervolger blijkt speciale herinneringen aan Pampus te hebben!

02-03-2018

Mijlpalen… altijd leuk. Deze week ging onze Twitter-volgers-teller over de duizend. Reden om onze duizendste Tweep, Marit, te verblijden met twee kaartjes voor de tweede editie van het Proef Pampus festival (eind mei in het pinksterweekend).

Ze was er erg blij mee en liet ons weten dat ze geweldige herinneringen had aan Pampus in de jaren 70. Dat maakte ons nieuwsgierig en Marit klom in de pen!

“In de jaren 70 gooide mijn opa eens het anker uit bij Pampus. Het was toen nog een ruïne. Super spannend voor ons als kinderen om daar aan land te gaan en door de verlaten gangen te dwalen. Het zeilbootje van (wijlen) mijn grootouders heette Flamingo en had de thuishaven bij zeilvereniging Het Y in Durgerdam.

“Mijn opa, Albert de Leeuw (opa Ab, die overigens in de jaren 80 is overleden) zit aan het roer van onze zeeschouw. Een goede foto aan boord van de Flamingo kon ik niet vinden.”

Voor ons gezin zelf een boot had, ontvluchtten we in de zomer op mooie dagen de stad (Amsterdam) en gingen graag naar Durgerdam, waar mijn grootouders de hele zomer op hun bootje verbleven. Het waren echte buitenmensen en mijn opa is altijd verbonden geweest met het water. Als jongeman was hij visser op het IJsselmeer. Tot aan de Tweede Wereldoorlog heeft hij als beurtschipper gewerkt en woonden mijn grootouders met mijn moeder op het schip dat uiteindelijk door de Duitsers geconfisqueerd werd. Later werkte mijn opa weer op een beurtschip en ben ik wel eens meegevaren. Hij moest zand laden op het IJmeer en voer dan langs Pampus naar de Oranjesluizen, richting IJmuiden.

“Op de z/w foto zie je mij op onze eigen Friese Zeeschouw (zonder mast nog) met de Flamingo van mijn grootouders op sleeptouw. We vertrokken daar vanuit het haventje van Eemnes.”

Als we in de zomer bij mijn grootouders waren gingen we soms zeilen op het IJmeer. Vanuit de haven zag je op heldere dagen achter de vuurtoren Pampus liggen. Het was toen nog een ruïne, en een vervallen steigertje hing half in het water. Aanleggen ging dus niet. De ring van stenen die op enige afstand van het eiland ligt, verhinderde dat de houten Flamingo dichterbij kon komen. Mijn opa gooide het anker uit en wij roeiden in het kleine bootje naar het eiland. Het fort was overwoekerd door brandnetels en distels. Voorzichtig zochten we onze weg door de muffe en kille gangen. Dat was spannend. Konden we te weg terug nog wel vinden? Zou de boel onder onze voeten instorten? Als we maar niet van de rand naar beneden stortten…

“Mijn zusje en ik zitten in ons kleine volgbootje, dat is op het Y vlak bij de haven (Zeilvereniging Het Y, Durgerdam).”

Ik ben heel benieuwd hoe het er nu uitziet, want daarna heb ik nooit meer letterlijk ‘voor Pampus gelegen’ (figuurlijk regelmatig ????).”